Module 1 · Les 7
Stofmagie: structuur vs. soepelheid
Twee identieke shirts van verschillende stoffen geven een compleet ander resultaat.
Doel
Leer het verschil tussen stevige en soepelvallende stoffen om de vorm van je silhouet te bepalen.
Module 1 · Les 7
Twee identieke shirts van verschillende stoffen geven een compleet ander resultaat.
Doel
Leer het verschil tussen stevige en soepelvallende stoffen om de vorm van je silhouet te bepalen.

Fase 1
Pasvorm draait niet alleen om de maat, maar ook om het materiaal. Twee identieke shirts van verschillende stoffen vallen totaal anders. De ene stof creëert een eigen vorm, de andere volgt simpelweg jouw silhouet.

Fase 2
Gestructureerde stoffen zoals denim, twill en crêpe werken als een frame. Ze behouden hun vorm en vallen niet slap langs je lichaam. Gebruik ze om rondingen te creëren, je silhouet te stroomlijnen of voor een strakke pasvorm.

Fase 3
Stoffen als zijde, satijn en viscose vallen heerlijk soepel. Ze volgen moeiteloos je natuurlijke rondingen. Perfect voor extra beweging en een relaxte, elegante look.

Fase 4
Breisels zijn verraderlijk. Dunne varianten tekenen af en benadrukken elk detail. Dikke breisels vallen ruimer, maar voegen direct optisch volume toe.

Fase 5
Dé basisregel voor je outfit: kies een stevige stof voor structuur en vorm. Ga voor een soepelvallende stof voor zachtheid en beweging.

Uitdaging
Zoek in je kast twee tops met een vergelijkbare pasvorm, maar van totaal verschillende stoffen (één stug, één soepel). Pas ze na elkaar voor de spiegel en zie direct hoe de stof je silhouet bepaalt.
1 van 6
Veeg, sleep of gebruik de pijltjestoetsen.